Mijn concertrepertoire? Bach, en soms ook wat uit de tijd voor Bach: Buxtehude, Pachelbel. Sweelinck? Nou, daar ben ik niet zo stuk van. Vroeger zei ik al tegen Feike: 'Joh, wat pa toch altijd in Sweelinck zag, dat begrijp ik niet.' En toen zei Feike: 'Wim, daar ben jij nog te jong voor. Dat komt later wel.' Nu ben ik toch al aardig op leeftijd, maar het is nog niet echt gaan dagen. Zo'n 'Mein junges Leben hat ein End.' Alsof er een k voor staat: kein end. Liever speel ik Van Noordt. Die is muzikaler, maar dat mag ik niet zeggen, want dan valt de hele orgelwereld over me heen. De Echofantasie van Sweelinck, dat vind ik een leuk, vrolijk ding. Maar verder? Mijn repertoire loopt tot in de twintigste eeuw, maar ik speel geen Messiaen. Ik ben daar gewoon niet muzikaal genoeg voor. Andriessen is wel mooi. Schuurman ook, zijn Psalm 150 speel ik graag. Wat is er verder in Nederland nog? Een orgelsonate van Gullen, Bonset, De lange, Bute, maar om nou te zeggen: dat is mijn concertliteratuur? Is dat nu de moeite waard? De twintigste eeuw heeft wat Nederland betreft eigenlijk niet veel te bieden. Mijn concertrepertoire wordt omlijst door het geestelijk lied, we beginnen en sluiten met bidden en danken, punt uit.' VOLMAAKTE TECHNIEK 'Concert op het Mullerorgel van de Grote Kerk te Leeuwarden door Willem Hendrik Zwart. Zwart paart een volmaakte techniek en een enorme vaardigheid op de klavieren aan een weloverwogen en zeer verantwoord-muzikale opvatting. Vooral de grote werken die hij voordroeg -Preludium en Fuga in B-klein, BWV 544 van Bach, het tweede orgelconcert in Bes-groot van Handel, de virtoze Toccata en Fuga uit opus 59 van Reger en het 'Premier Choral' van Hendrik Andriessen- werden voorbeelden van imposante en uiterst boeiende orgelkunst. Theo Lambooij Leeuwarder Courant (1979)
Willem Hendrik Zwart 1925-1997
Concertorganist