[website bouwen] [website ontwerp] [index]

Jan Willem Docter :

+

Ik was al aan het conservatorium afgestudeerd  toen ik de stoute schoenen aantrok en een telefoontje naar Kampen pleegde: Of meneer Zwart ook les gaf. Mijn teleurgestelde reactie op zijn 'nee' moet de doorslag hebben gegeven. 'Kom maar langs, dan zien we wel.' Ik kwam langs, speelde voor, mocht blijven, werd de laatste leerling die hij aannam en kon zo een paar jaar genieten van de meest waardevolle leraar die ik ooit heb gehad. Zwart was geen 'normale' leraar, hij gaf niets op (ook niet als ik daar om vroeg) en liet me zelf bepalen wat ik zou gaan spelen. Hij had het bijna nooit over speeltechniek, ging er van uit dat ik dat wel kon en anders moest ik maar wat harder studeren. Als ik dan iets had voorgespeeld begon hij te vertellen. Over pa (Jan Zwart), Bram Bruin, Feike Asma en soms over hemzelf. Het waren juist die verhalen en ook losse opmerkingen die me steeds meer bij mezelf brachten. Hij legde niets op, Zwart haalde het beste uit je naar boven. Toen ik me tijdens het spelen van 'Wie maar de goede God laat zorgen' van de Wolf verontschuldigde omdat ik wat sneller was gaan spelen in een bepaalde variatie (mijn oudoom Han Hoogewoud, jarenlang organist van de Amsterdamse Oude Kerk en oud-leerling van de Wolf, had me altijd verteld dat de Wolf op strak tellen stond) was zijn reactie: 'Niet zeiken joh, gewoon mooi muziek blijven maken.' En dat terwijl ik was opgegroeid met het noot voor noot verstandelijk beredeneren hoe je moet spelen. Zo gaf Zwart mij de bevestiging die ik nodig had om door te gaan. Voor Zwart telde eerst de muzikale persoonlijkheid van de speler, daarna kwam het instrument en daarna de muziek. Muziek die mocht worden aangepast aan het instrument, muziek die mocht worden aangepast aan de speler.

En bovenal stonden muziek en instrument ten dienste van de Lofzang en daaraan had de speler zich ook maar aan te passen. Muziek, instrument en speler waren voor hem organons, werktuigen (daar komt het woord 'orgel' vandaan).

Deze muzikale maar bovenal inhoudelijke principes houd ik nog steeds in ere bij al mijn muzikale en pedagogische werk.

Zwart was een bijzonder hartelijke man, 'every inch a gentleman' die nooit een onvertogen woord over een collega zou laten vallen. Hij kon zich trouwens wel kritisch uitlaten maar deed dat zo geraffineerd dat niemand zich eraan kon storen terwijl de boodschap toch ondubbelzinnig duidelijk overkwam. Hij had ook zo zijn principes, toen ik vertelde dat ik familie was van Hoogewoud vroeg hij of ik diens muziek wel eens speelde. Ik antwoordde ontkennend en gaf als reden dat ik diens muziek niet zo aantrekkelijk vond. Zwarts reactie was opmerkelijk: 'Niets mee te maken, het is familie en dus speel je zijn muziek want dat hoort zo.' Daar kon ik het mee doen. Zwart hielp bij de voorbereiding van mijn twee orgelsolo-cd's en gaf zeer waardevolle adviezen over de programmering. Hij leerde mij om te relativeren en in dat soms best wel benauwende organistenwereldje mijn eigen weg te gaan. Ik kijk met enorme dankbaarheid terug op een paar prachtige jaren die ik met hem mocht beleven en waarin ik immens veel heb geleerd. Bij Zwart leerde ik geen noten maar principes, ik leerde geen uitvoeringspraktijk maar het scheppen van sfeer, ik leerde geen ingestudeerde trucjes die steeds maar weer herhaald worden maar spontaan musiceren dat elke keer anders is.

Die nagedachtenis verdient het om in ere gehouden te worden!


Jan Willem Docter


  


 'Dat hoort zo...'