(1954) Eerste concert Sweelinck-koor Het eerste concert van het Sweelinck-koor bracht een grote en aangename verrassing, een prestatie van het nog geen jaar oude koor. Het was in een wel bezette Zuiderkerk, dat Dinsdag het nog geen jaar oude "Sweelinck-koor" onder leiding van zijn eminente dirigent, de heer W.H. Zwart, zijn eerste concert gaf. En het was ook een welbezet programma, dat werd geboden. Het podium bood een stemmige aanblik met de talrijke in het zwart geklede dames en de helaas minder talrijke in dito zwart geklede heren. Na enig wachten op de solisten werd de avond met gebed geopend en bracht de organist H.J. Binnema Psalm 116 ten gehore, getoonzet door de "peetvader" van het koor, de Nederlandse componist-organist Jan Pietersz. Sweelinck, die leefde van 1562-1621. Na dit zeker niet onverdienstelijk gespeelde werk kwam het koor met "Die Himmel erzählen die Ehre Gottes", een fragment voor koor, sopraan, tenor, bas en orgel uit "Die Schöpfung" van J. Häyden. Het was een verrassing dit jonge koor dit toch waarlijk niet zo gemakkelijke werk te horen brengen. Natuurlijk waren er vlekjes; men mag geen wonderen van mensen verwachten. Het tempo van koor en orgel stemde even niet geheel overeen, maar het was voor de organist ook zeker een ontzettend zware taak van zijn in dit verband zeer ongunstige plaats contact met de dirigent te houden en overigens pleegt een pneumatisch orgel door zijn aangeboren "luiheid" voor dit werk ook niet het allergeschiktst te zijn. Wat de heer Binnema echter, ondanks deze moeilijkheden, in dit nummer en in de volgende presteerde, is zeker een woord van hulde waard. De dirigent had zijn koor stevig in de hand en wist het in zijn neiging tot versnellen bij "zeigt an das Firmament" ook te houden. Aan het slot was het koor nauw merkbaar gestegen, wellicht tengevolge van de voorafgaande, moeilijke, modulaties. Het volgende duet voor sopraan en bariton, een werk van J.R. Ahle, liet Coby Frankendaal en Henk Driessen horen. De sopraan klonk naar de niet zeer gunstige plaats van de verslaggever, iets gefloerst en de medeklinkers schenen iets te weinig gearticuleerd. De basbariton zong zijn partij naar behoren, maar het timbre was niet altijd even mooi; ook hier zij opgemerkt, dat hij beluisterd werd vanaf een der achterste banken onder de galerij. Er was echter zeker een beroepszanger aan het werk. Het vierde nummer, een koraal van de grote Thomascantor J.S. Bach werd door koor en orgel zeer goed vertolkt. En dan liet de tenor, Bert van ’t Hoff horen, hoe een tenor zingen moet. Gaaf en soepel was zijn stemvorming en men kreeg geen ogenblik de indruk, dat Mendelssohn Bartholdy’s muziek moeilijkheden herbergt. Schijnbaar moeiteloos vulde zijn prachtig geluid dit "moeilijke" concertgebouw. Het kwartet van de vier solisten werd uitstekend gezongen, alhoewel het zeer verschillend timbre der zangers de homogeniteit natuurlijk niet bevorderde. Nummer zes, "Wie lieben sind die Boten" van dezelfde componist, werd door koor en orgel zeer verdienstelijk gebracht. Even was de tenor, die onder het orgel stond, iets te snel voor dit instrument, maar dit deed aan het geheel weinig afbreuk. De volgende altsolo door Wilhelmina Matthès gaf haar gelegenheid haar kunnen te laten bewonderen. De volgende sopraansolo en het daaropvolgende werk voor sopraan, alt, koor en orgel van Jan Zwart gaf weinig reden voor opmerkingen. Er werd met overgave gezongen. Het orgel attaqueerde even bij het begin van het laatste couplet, maar hinderen deed dit zeker niet. Het duo voor tenor en alt "Sound the trumpet" en ook het duo "My dearest, my fairest" werd voortreffelijk gebracht. Zij lieten horen, dat zij ook van Purcell’s werk hun taak volkomen beheersten; zag Uw verslaggever de in dit laatste werk zeker niet misplaatste en zeer bescheiden gezichtsmimiek bij Bert van ’t Hoff? ’t Was zeker een bewijs, dat hij in zijn zang leefde. Verdi werd door tenor en bas vertolkt en dan volgde tot slot het bekende "Geistliches Lied" van Mendelssohn Bartholdy. Een prachtig werk van deze romanticus, een werk, dat tot de hoorders spreekt. De soli van de alt waren glanzend, haar soms even metallieke stem deed het prachtig en het koor zong met alles wat het geven kon. In het a-capella gezongen gedeelte, was de sopraan even scherp en ook de bassen waren even iets geforceerd, wat het geluid dadelijk iets rauw maakt, maar al met al was die een prachtig slot van dit concertprogramma. De solisten werden begeleid door de dirigent W.H. Zwart op de hem eigen soepele wijze. Resumerend: een zeer geslaagde avond en een prestatie van koor en dirigent om binnen een jaar zo’n programma in te studeren! Het koor heeft helaas een gebruikelijke mannentekort. De tenoren weten zich vrij goed tegenover de vrouwenovermacht te handhaven. De bassen ook in het middenregister; in de lage tonen kunnen ze het echter niet bolwerken; wat heus niet te verwonderen valt. De afsluiting met scherpe medeklinkers kunnen, vooral in het fugatisch genre, nog beter worden afgewerkt, maar al met al was dit concert een grote en aangename verrassing en past een woord van hulde aan koor, dirigent en organist. Emmer Courant van 19 februari 1954 (1986) Tweede gouden plaat voor Urker Mannenkoor Halleluja "Het publiek zit echt niet te wachten op psalm 136 in het Frans" "Jongens, opletten! Op de voorste rij de mooie schoenen, op de tweede rij de mooie knopen. En denk er om, de horloges bedekt houden". Fotograaf Kruithof uit Kampen loopt druk te regelen. Bij het Urker vissersmonument moeten enkele tientallen leden van een koor netjes opgesteld worden voor de hoes foto van een nieuwe Lp. (inmiddels zowat de 45ste; de singeltjes erbij gerekend!). Enkele argeloze toeristen weten die zaterdagmiddag niet wat ze zien, zóveel klederdracht bij elkaar. Na het bevel "een beetje vriendelijk kijken, anders kopen ze die plaat nooit" is het gepiept. De leden van het Urker Mannenkoor Halleluja haasten zich snel naar huis, want het is al halfzes. Over een uur begint de repetitie in De Ark, het bijgebouw van de Hervormde Kerk. Vanavond krijgt dit oudste koor van Urk tijdens een uitvoering in Gorinchem voor de tweede maal een gouden plaat uitgereikt. Een uniek gebeuren voor een christelijk koor. Wat is de succesformule van dit veelgevraagde koor? Het broeit op de (zater)dag van ons bezoek een beetje binnen de koorgelederen. De uitvoering van de avond daarvoor -in Zwolle- vormt hèt gespreksonderwerp. Het Urker Mannenkoor "Halleluja" trad daar op in een grote tent, voor een publiek van zeker 3500 mensen. Het betrof het 100-jarige jubileum van de IJsselcentrale. Maar de enthousiaste zangers, meestal gewend in kerken en concertzalen op te treden, hadden het zich anders voorgesteld, Niet dat er geen aandachtig gehoor was; daar lag het niet aan. Maar alles was zo rommelig. De mensen zaten niet, maar stonden te luisteren, of liepen wat rond. Her en der stonden tafeltjes, en helemaal achterin was een tapkast geïnstalleerd. De Urkers traden aan het begin van de feestavond op. Daarna kwam Ted de Braak op de proppen, gepaard gaand met de nodige populaire muziek. "Dat is onze sfeer niet", verduidelijkt een lid. Verloren Fotograaf Kruithof was er ook bij, maar hij heeft er een wat andere indruk gekregen van het optreden. "Ik kan begrijpen dat jullie je wat verloren voelden, maar ik kan je verzekeren: het was een groot succes. Honderden mensen hebben er van genoten. Sommigen kwamen speciaal voor jullie." De gezichten klaren wat op. Het maken van de "staatsiefoto" neemt veel tijd in beslag. Sommigen zijn laat en moeten zich nog in het pak steken, Voorzitter Jacob Mansveld is er ook nog niet, en secretaris Kapitein moet helemaal uit Stadskanaal komen, waar hij poolshoogte heeft genomen in verband met een komend concert. Dat doet het bestuur altijd: vooraf gaan bekijken voor wíe en wáár opgetreden zal worden. Want, zo wordt vaak op Urk gezegd, op Urk zingen we niet, het zijn harteklanken. Het ligt daarom voor de hand dat de uitvoeringruimte niet mag botsen met de inhoud van de met overtuiging van de gebrachte psalmen, gezangen en geestelijke liederen. Slechts 20 procent van het repertoire is buitenlands. Heftruck Terug naar de foto-opnamen. Men wacht nog op een heftruck met een stapel viskisten. Die komt er eindelijk aan. "U ziet, op Urk kan alles", merkt een koorlid op. De kisten dienen voor het aanbrengen van een verhoging; dan komen alle gezichten op de foto. De fotograaf heeft zich inmiddels op de vork van de heftruck geposteerd en wordt omhoog gehesen. Zo is hij verzekerd van een goed zich op het koor èn op het "kerkje aan de zee", dat als achtergrondopvulling dient. Dirigent Willem Hendrik Zwart loopt ondertussen wat te ijsberen, en zijn zoon Jan Quintus Zwart -tweede dirigent van het koor- houdt op de openbare weg het verkeer tegen. De fotograaf tuurt door de zoeker en roept: "Van wie is die geparkeerde rode auto daar? Die moet ook weg." Ook een vrouw met kinderwagen bevindt zich in beeld. "Moet de kerk ook weg?", grapt iemand uit de koorgelederen. Inmiddels is de auto- eigenaar opgespoord, zodat de achtergrond van alle moderne smetten vrij is. 100 jaar Met het dagelijks bestuur begeven we ons daarna naar het huis van de voorzitter, om achter het geheim van dit misschien wel bekendste koor van Nederland te komen. Jaarlijks krijgt men meer dan honderd verzoeken om op te treden. Slechts dertien daarvan kunnen ze honoreren. Het koor is dit jaar al in Joure, Rijssen, Grootegast, Markelo en in Zwolle geweest. Verder verleende het medewerking aan het Hemelvaartsdagconcert in de visafslag, waaraan alle elf koren van Urk meedoen, en aan de jaarlijkse dodenherdenking. Het koor telt 85 leden, waaronder tien "slapende" leden. Dat het koor ook bij jongeren geliefd is, blijkt uit de evenwichtige leeftijdsopbouw. Het jongste lid zal zestien zijn, terwijl het oudste lid rond de zeventig jaar is. "We hebben er vrij veel op zitten die twintig, vijfentwintig en soms dertig jaar lid zijn". Vorig jaar herdacht "Halleluja" zijn 75-jarig bestaan, maar officieus is het koor veel ouder. Tientallen jaren voorafgaande aan 1910 was er al een koortje "Oefening kweekt kunst" actief. "De link tussen dat koortje en Halleluja is wel te leggen, al kan dat niet vanuit de stukken bewezen worden." Hoe komt dat Urk zo zanglievend is? De bestuursleden verklaren dat vanuit het één zijn met de zee en vanuit het uiting geven van het geloof. Dat was vroeger al zo. Het is bekend dat bij windstilte de Urker botters bij elkaar kwamen liggen, en er samen psalmen werden gezongen in het vooronder. Mensen aan de wal bleven dan vol bewondering staan luisteren; zo mooi klonk dat over het water. Overigens heeft ds. Jacobus Revius in 1629 de Urker zang ook "wat ruychjes, en wat grof" genoemd. We halen deze gegevens uit het gedenkboek "Het hart in de keel", dat vorig jaar bij het 75-jarig bestaan uitkwam, en dat vol staat met interessante gegevens. In het herdenkingsboekje lezen we dat dirigenten het niet moesten wagen veel aan de uitspraak (dialect) te schaven. Dirigent Zwart vindt dat wat overtrokken. "Als je de zachte g uit de Maastreechter Staar zou halen, dan is het geen zuidelijk koor meer. Zo is het ook hier. De eigen klank van het Urker Mannenkoor moet je bewaren. Als je die er uithaalt, maak je er een gewoon Nederlands koor van." De bestuursleden laten merken dat zij trots zijn op het behalen van hun tweede gouden plaat, een unicum. De eerste plaat kregen ze in 1966 in Dokkum uitgereikt voor "Kroont Hem met gouden kronen". En nu twintig jaar later weer goud voor de in 19[onleesbaar] opgenomen "Ruwe stormen", waarvan er sindsdien 25.000 zijn verkocht. De totale verkoop is veel indrukwekkender: circa een half miljoen exemplaren! Geheim Wat is toch het geheim van dit succes? Het eenvoudige en bekende geestelijke lied, waarin de luisteraar zich herkent, zo blijkt uit de antwoorden. Voorzitter Mansveld: "De mensen zitten echt niet te wachten op psalm 136 in het Frans. Een collega-koor (de Urker Zangers) doet meer aan buitenlandse moeilijke stukken, maar geeft beduidend minder concerten. Er zit ook een brok geloofsbeleving achter. Door onze zang wordt het geloof van de luisteraar een stukje opgefrist. De mensen neuriën mee. Als je niet begrijpt wat je zingt, krijg je ook geen harte- klank, waarvoor wij dus eigenlijk zijn. Natuurlijk zingen we ook wel buitenlands, bijvoorbeeld met Kerst het "Cantique de Noël". Maar we beginnen onze uitvoeringen altijd met Nederlands repertoire. Het slot van ieder concert bestaat steevast uit "Neerland en Oranje", dat er dan als het ware uitgebulkt wordt. Het is traditie dat daarbij de mensen gaan staan. Er zijn wel eens stemmen opgegaan om dit slotnummer af te schaffen, maar dat stuitte toch iedere keer weer op veel weerstand... Overigens zijn ook de platenmaatschappijen voorstander van Nederlandse zang. Die blijken het beste aan te slaan zoals "Vaste rots van mijn behoud", "Blijf bij mij Heer", "Jezus leven van mij leven", "Ik voel de winde Gods", "Gouden harpen ruisen" en "God enkel licht". Enkele nummers uit hun momenteel nieuwste plaat, getiteld "Gebed voor de Urker visser", zijn: "Leer mij uw weg o Heer", "Juich aarde, juicht alom de Heer (psalm 100) "Engelenwacht", "Dicht bij het hart van God" en "’k Zal met mijn gansche hart Uw eer (psalm 138). De kooragenda voor de komende jaren begint ook al aardig vol te lopen. In 1987 zingt het mannenkoor in De Doelen ter gelegenheid van 100 jaar Kon. Bond van Zang- en Oratoriumverenigingen in Nederland (KBZON), en in 1988 maakt het koor een vliegreis naar Ontario in Canada. "Nog nooit hebben we samen in een vliegtuig gezeten." Fluitsignaal Het interview moet afgebroken worden, want om halfzeven vangt de repetitie in De Ark aan. Zangmappen worden uit een doos gevist, en met een schril fluitsignaal wordt te verstaan gegeven te zitten. Eerst een psalm, waarna de voorzitter voorgaat in gebed. Dan speelt dirigent Zwart op de piano al het voorspel van het eerste lied: "Prijst de Heer met blijde galmen". "Heren eerste en tweede tenoren, gaat u maar staan". Er wordt door Zwart op gewezen dat de toon vooral niet mag wegzinken, maar moet blijven staan. Daarna moeten de tweede tenoren en baritons hun partij laten horen. Zwart heft zijn armen omhoog: "Ik zal zolang ik leef mijn psalmen ..." Hij tikt af en roept: "Nu nog een keer, want dit ging per ongeluk goed." Bij de zinsnede "Vrolijk wijden aan Zijn lof" wordt te verstaan gegeven dat dan ook vrolijk gekéken moet worden "met de wenkbrauwen omhoog". En bij "’k zal zo lang ik ’t licht geniet" vraagt de dirigeermeester aan zijn "jongens" waar die "el" toch blijft. Als de baspartij aan de beurt is, zitten de heren nog steeds. "Waarom staat u niet, bassen?". "Dat moet u dat zeggen", klinkt er uit het koor. "Dat hoef ik niet te zeggen, dat moet u áánvoelen", repliceert de dirigent, die het steeds warmer gaat krijgen. Zijn zwarte jasje gaat uit. Daarna wordt het hele stuk doorgezongen. Psalm 138:4 is nu aan de beurt: "Als ik omringd door tegenspoed, bezwijken moet, schenkt Gij mij leven". De heer Zwart vraagt het lied neuriënd te beginnen om een volronde klank te krijgen. Hij doet het voor: "Mmmmaaaalsikomringd... Aangekomen bij "Uw rechterhand zal redding geven" roept hij: "en nu komt het", en met zijn hand geeft hij een fikse klap op de piano. Het koor heeft geen enkele moeite met het geven van meer gas, en het buldert er dan ook uit. Bij de ingang van de deur zit een in klederdracht gestoken koorlid (?) wat voorovergebogen te luisteren. Zou dat nu één van de tien slapende leden zijn? Het koor mag zich die avond verheugen in een goed bezette "publieke tribune", waaronder 25 gasten van B en W van Urk, en twee in klederdracht gestoken vrouwen. Na het zingen van "De twaalf rovers", met medewerking van de "warme" bariton Jelle Kaptein, krijgt het koor zelfs een applaus toebedeeld. "Mijn ziel, herdenkt met heilig beven" vormt het sluitstuk, het repertoire voor vanavond in de Grote Kerk te Gorinchem moet er in zitten. 80 procent van de leden werkt in de vis; of dat nu als sorteerder, fileerder, boekhouder of bedrijfsleider is. "En ik ben consument van vis", vult W.H. Zwart glimlachend aan. Ongeveer tien leden komen regelrecht van zee. Dat is niet veel, maar de voorzitter heeft er wel een verklaring voor: "Deze mensen komen laat thuis, moeten nog onderhoud verrichten aan hun kotter, en zijn blij als ze eindelijk eens zitten." Of de dirigent van het Urker koor in vis krijgt uitbetaald? Dirigent Zwart wil daarover niet veel kwijt. Glimlachend: "Ze zijn heel goed voor me." J.E. Hopman Nederlands Dagblad, zaterdag 20 september 1986 (1987) Urker mannenkoor verzorgde Visserijconcert In een voor deze traditionele aangelegenheid in gepaste stijl versierde Grote Kerk vond woensdag het Visserijconcert plaats, dat deze keer werd verzorgd door het Urker mannenkoor "Hallelujah". De kerk was goed bezet met liefhebbers van koormuziek, die werden welkom geheten door voorzitter Coos Vermeulen van het Visserijdagen-comité. Daarna opende de Urker zangers met Psalm 42: "Evenals een moede hinde naar het klare water smacht, schreeuwt mijn ziel om God te vinden, die ik ademloos verwacht. Ja, ik zoek zijn aangezicht, God van leven, God van licht. Wanneer zal ik hem weer loven, juichend staan in Zijn voorhoven." Een beetje onder de indruk van deze psalm was het applaus aanvankelijk wat aarzelend maar niettemin zeer gemeend. Daarna volgde het lied "Ik voel de winde God's vandaag", in een bewerking van dirigent W.H. Zwart. In het lied " 't zij vreugd mijn deel" van J. Zwanepol, kon men genieten van het optreden van de bariton Jelle Kaptein. Het koor zong vervolgens "Gouden harpen ruisen", een bewerking van hun dirigent. Daarna volgde samenzang van Ps.68 "Geloofd zij God met diep ontzag", vooraf gegaan door een prachtig voorspel van de organist Harry Hamer. Van E. Gebhart, zong het koor daarna "Heer God U loven wij" en twee bewerkingen van W.H. Zwart, "Vaste rots van mijn behoud" en Ps. 134. Daarna was er pauze en kon men genieten van koffie. De heer Zwart de dirigent van het mannenkoor roemde de goede akoestiek van de kerk die hij kende van de orgelconcerten, die hij enkele jaren geleden op de zondagmiddagen gaf. Het kerkgebouw heeft ook wat nadelen, vooral omdat het koor niet samen met de organist kon oefenen. Daardoor was het soms wat ongelijk. Dat lag echter zeker niet aan de directie van de heer Zwart, want die was bezield en vol overgave. De Urker zangers zijn al lang niet meer allemaal vissers van beroep, want dan zouden ze wellicht ook niet zo vaak concerten kunnen geven en 's avonds laat door het land trekken. Het oudste lid is inmiddels 70 jaar en de jongste is pas 17, dus een gevarieerd stemaanbod. Ze hebben hun wekelijkse repetitie op de (vrije)zaterdag. Dus ze hebben wel wat "over" voor hun koor. Na de pauze een wat mindere stemmig programma, met over het algemeen bekende melodieën. Eerst een ingelast nummer, de tien geboden. Daarna met Jelle Kaptein "Heaven came down, wederom een bewerking van de heer Zwart. Vervolgens een traditioneel "Peter on the sea", waarin men duidelijk het geweld van het water, maar ook de rust kan horen. In het "Glory hallelujah" werd het publiek uitgenodigd om het refrein mee te zingen, waaraan men gaarne voldeed. Na samenzang zong het mannenkoor van G. Fischen Frieden. In het bekende Russische lied de "Twaalf Rovers" weer een optreden van Jelle Kaptein, die best een Russische boer of ruige visserman kon zijn, zo stoer ziet hij er uit met volle baard en fors postuur. Maar hij is geen van beide, maar zijn stem vulde de hele kerk in het lied van de "Twaalf Rovers". Het koor zong daarna nog van C. Kreutzer, Herders zondagslied en het indrukwekkende concert werd afgesloten met het bekende Nederland en Oranje (Land of Hope and Glory) van H. de Wolf. Bloemen en een welgemeend hartelijk applaus onderstreepten daarna de waardering van de organisatie en het publiek. Harlinger Courant, vrijdag 4 september 1987 (1990) Boeiende psalmenzangavond in Rouveen ROUVEEN - Vorige week vrijdag beleefde Rouveen een boeiende psalmenzangavond in de Hervormde kerk aldaar, waaraan het Christelijk Mannenkoor "Staphorst" haar medewerking verleende. Het kerkgebouw was nagenoeg geheel gevuld. Op boeiende wijze bracht het mannenkoor een negental psalmen ten gehore, waarbij, mede door de melodieën, de psalmen 139, 138, 42, 43 en 8 wel zeer de aandacht vroegen. Opvallend was de aandacht toen het mannenkoor, als enkele uitzondering op de psalmen, de liederen "De tien geboden" en "Jeruzalem" in combinatie met een bewerking van psalm 24, ten gehore bracht. Deze liederen werden eveneens op voortreffelijke wijze gezongen. Niet minder boeiend waren de psalmen in de samenzang met de toehoorders. Gezien het volume waarin gezongen werd was de overgave wel zeer compleet. De samenzang-psalmen, met name de psalmen 108, 84, 85 en 68, leenden zich daar uitstekend toe. Orgelspel Naast de zang was ook het orgelspel een groot genoegen. De dirigent van het mannenkoor, W.H. Zwart uit Kampen, vroeg alle aandacht bij zijn bewerking van de psalmen 25 en 68, beiden onmiddellijk gevolgd door samenzang van deze psalmen, terwijl plaatselijk organist M. Roeland, prachtig de overige samenzangpsalmen en de totale orgelbegeleiding van het mannenkoor voor zijn rekening nam. Ds. Vermeer uit Rouveen boeide zijn toehoorders met zijn meditatie over Psalm 85. Hij stelde dat zingen met mond en hart op aarde reeds een voorbereiding mocht zijn op het hemelse zingen. Hij was dan ook blij dat het christelijk mannenkoor "Staphorst" in deze een grote opdracht had. De heer Veyer te Staphorst bereidde het mannenkoor het genoegen de zangavond per band op te nemen. Na afloop bleek bij velen belangstelling te bestaan voor een bandje. In beperkte mate kunnen wat bandjes ter beschikking worden gesteld. Belangstellenden kunnen hierover contact opnemen met leden van het mannenkoor. De Staphorster, 30 mei 1990 (1991) Grote opkomst Wi-Wi jubileumavond Urker mannenkoor schittert in de Fontein De Wi-Wi jubileumavond die afgelopen zaterdag in De Fontein gevierd werd, was heel goed bezocht. In een geheel bezette Fontein lieten de Urker Vissers o.l.v. Willem Hendrik Zwart horen dat ze de naam van hun koor, Hallelujah, verdienen. Reeds bij de aanvang van de avond, precies 19.30 uur, bleek dat de Urkers zin hadden in een zangavond! Er werd begonnen met samenzang van psalm 138 vers 1 en vers 3. Tijdens deze samenzang kwam het koor binnenlopen en allengs zwol het geluid aan om te eindigen in een massale koor- en samenzang die de Fontein haast deed dreunen. De basis voor een mooie avond was direct gelegd. De voorzitter van de Wi-Wi, Aart Heuveling, bij iedereen bekend van o.a. de reizen die hij organiseert en begeleidt, heette iedereen van harte welkom op deze jubileumavond, m.n. het koor Hallelujah. Nadat er een bemoedigend applaus geklonken had voor de zangers uit Urk begonnen deze aan het eerst blok van liederen. Of het nu door het enthousiaste handgeklap kwam is niet zeker, maar het eerste lied, psalm 42, klonk als een klok. Het thema van het eerste blok liederen was "het verlangen naar God". In het kader daarvan werden de verzen 1,4 en 5 gezongen. " 't Hijgend hert der jacht ontkomen" werd uitgevoerd met goede volumeverschillen en bracht de woorden tot leven voor de luisteraars, terwijl vers 4, een klagende bede, niet zo luid maar meer gedragen gezongen werd, brak de jubel van verlossing uit in vers 5. Dit effect werd nog vergroot doordat het laatste vers wat sneller gezongen werd en eindigde in een fortissimo. Na dit eerste lied wist het publiek gelijk met een koor van grote klasse te doen te hebben. Ook in het tweede zangstuk kwam dat tot uiting. Rustig en goed verstaanbaar bracht men het overbekende "Abba, Vader" ten gehore. Vooral de pianobegeleiding had bij dit lied een hoofdrol gekregen. Dit maakte het geheel luchtig en doorzichtig. Als derde lied in dit eerst blok zong Hallelujah psalm 139 de verzen 1 en 14. De dirigent heeft het koor een grote discipline bijgebracht. Dat bleek bij de nummers die ten gehore werden gebracht en bijzonder bij deze psalm. Vers 1, waarin gezongen wordt over de alwetendheid van God, werd eerbiedig gezongen, terwijl vers 14 wat sneller en uitbundiger uitgevoerd werd. Opvallend mooi was ook de wisseling tussen tenor en bariton die beurtelings de melodie zongen. Erg fraai uitgevoerd en goed op elkaar afgestemd! Solisten Dat er op Urk mooi gezongen wordt, is in het hele land bekend. Ook op de radio zijn de zangers uit dit vissersdorp regelmatig te beluisteren. Dat het koor ook beschikt over uitstekende solisten, werd zaterdagavond duidelijk. Jelle Kaptein, een koorlid, bracht, begeleid door zijn koor, het lied "Leer mij Uw weg" ten gehore. Wat een stem heeft deze man! Maar vooral ook, wat een spirit en gedrevenheid van deze solozanger. Het lied, dat maar al te vaak slepend en langzaam gezongen wordt, werd met de volle stem van Kaptein, in een goed tempo ten gehore gebracht. De aanwezigen wisten direct: dit smaakt naar meer. Bladerend in het programma boekje bleek dat Kaptein nog vaker solo zou zingen. Na dit eerste blok van de Urker Zangers zat de sfeer er goed in. Een prima moment dus voor samenzang. De dirigent maande de aanwezigen te gaan staan hij het lied "Daar ruist langs de wolken". Gemotiveerd door het geweldige koorzang, wilde het publiek ook laten horen over een goede stem te beschikken. Het lied bracht De Fontein tot leven en liet de goede akoestiek die er aanwezig is goed tot zij recht komen. De bekende tegenmelodie die het koor zong versterkte dit. Goed gearticuleerd Inmiddels waren we beland bij het tweede blok liederen dat door het koor verzorgt zou worden. Het thema hiervoor bleek te zijn "De wederkomst van de Here Jezus", met daar aan verbonden "het hemelleven". Direct al in het eerste nummer, het Herders Zondaglied van C. Kreutzer werd de grote dag des Heeren bezongen. De schapen worden verzameld en daarna opent de Hemel zich. Als dat gebeurd is de grote dag aangebroken. Het was een Duitstalig lied, maar zo duidelijk en goed gearticuleerd gezongen dat de tekst prima te volgen was. Dit gold overigens voor alle nummers. Het koor zingt goed verstaanbaar. Van de meeste koren kan dit niet gezegd worden. Meestal is de melodie mooi, maar moet men gissen naar de inhoud. Dankzij de inspanningen van dirigent Zwart was dit niet het geval bij de Urkers. Het tweede lied, "Herr, Deine Güte", werd gedragen door de bas, die de solide ondergrond voor de rest van het koor bleek te zijn. Het slot van dit lied, het Halleluja, werd gezongen van zeer zacht naar bijzonder sterk! Het slotakkoord werd abrupt afgebroken en dat verhoorde de spanning die opgebouwd was. Overigens was dat snel afbreken van de laatste toon iets wat steeds terugkwam bij dit koor. Geen ellenlange tonen, maar kort en bondig! Bij het derde nummer, "Come Thou long expected Jesus", was voor het eerst een wat aarzelende inzet te horen. De onzekerheid verdween echter al na de eerste maat van het lied en het publiek genoot er dan ook zichtbaar van. Het laatste lied voor de pauze was "Heaven came down" een soort negro-spriritual, in een eigen compositie van de dirigent. Het pianospel van pianist Harry Hamer, dat de hele avond al zo formidabel was geweest, kwam bij dit lied goed naar voren. Hamer liet de hamertjes van de vleugel goed tegen de snaren tikken en haalde er zodoende een schitterend geluid uit. Een koor kan zich gelukkig prijzen met zo'n pianist. Ook de solist, Henk Brouwer, die later op de avond nog meer zou zingen, kweet zich goed van zijn taak in "Heaven came down. Hij moest met 1 regel zang de anderen als het ware aansporen tot zingen. Een gegeven dat in negro-sprirituals vaak gebruikt wordt. Met dit lied was blok twee afgesloten en brak de pauze aan. De koster van De Fontein, Hans Poort, had alles perfect geregeld. Samen met de genodigden kon het koor de dorstige kelen smeren. Rond kwart over negen werd het programma hervat met de samenzang van het lied "Hoe groot zijt Gij". Heuveling vertelde dat alle liederen van de samenzang die op het programma stonden, veelvuldig gezongen werden op de Wi- Wi-reizen. Waarschijnlijk hebben er veel reizigers van de Wi-Wi in De Fontein gezeten, want er werd goed meegezongen. Russische cultuur De Urkers kwamen weer aan bod met het bekende lied "Morning has broken". De mooie pianobegeleiding en de gedrevenheid van het koor, maakten ook van dit lied een succesnummer. Als tweede werd gezongen "Moskauer Abende". De naam zegt het al, de aanwezigen werden meegenomen naar Rusland. Als men de ogen sloot, waande men zich tussen de Kozakken in plaats van tussen de Urkers. Mede door de goede zang van Henk Brouwer proefde iedereen een stukje Russische cultuur en het smaakte beslist naar meer. Van de Russische taal naar de Engelse was voor het koor een kleine stap zo bleek uit het volgende lied "I want to be here" met als solist Jelle Kaptein. Kaptein heeft behalve een fantastisch stemgeluid ook het uiterlijk van een oudtestamentische profeet. Wanneer hij zong was er een dimensie extra aan het lied. Het enthousiasme van Kaptein sloeg over op het koor en bij dit lied klonk de volle sterkte van de zangers door en De Fontein leek te trillen op zijn grondvesten. De samenzang van het lied "U zij de glorie" had dan ook niet mooier geplant kunnen worden. Het staande publiek paarde de stem aan die van het koor en er ontstond een waar loflied. Trompetgeschal Het laatste liederenblok stond op het programma. Begonnen werd met het lied "De Tien Geboden". De tekst van dit lied moge voor zich spreken, namelijk die van de tien geboden, met de nadruk op de bede "Gena o God". Bij dit nummer bleek weer duidelijk dat de Urkers, die beschikken over een groot volume, dit ook kunnen minimaliseren, wanneer dat nodig is. Ook bij het tweede lied, "Op U mijn Heiland blijf ik hopen" was nog iets van die gedragen devotie merkbaar om bij het derde nummer "Hoor je de trompetten" uit te breken in gejubel. Dit lied vormde een van de hoogtepunten van het programma. De tekst verteld over de herauten rond Christus' troon dat zijn de trompetten. Deze trompetten zeggen dat Christus Koning is en dat Hij ons thuisbrengt! Fantastische koorzang met mooie pianosolo's tussendoor zorgden voor een perfecte vertolking van tekst en melodie. Deze lofzang werd gevolgd door een bede, die zachtjes, bijna fluisterend en eerbiedig gezongen werd op de wijs van "Jezus mijn Heiland, groot is Uwe liefde". Het contrast met het voorgaande nummer was frappant en gaf de goede kwaliteit van het koor wederom aan. Helaas was het na deze bede alweer tijd voor het laatste kooroptreden. Met "Jerusalem, O eeuw'ge Gouden Stad en aansluitend psalm 24" besloten de Urkers op waardige wijze het programma. Ze voerden de toehoorders mee naar het nieuwe Jerusalem, de gouden stad. Psalm 24, "Verhoog o poorten nu de boog" werd aansluitend daarop gezongen en zorgde voor een mooie afsluiting van het programma. Het publiek applaudisseerde uitbundig om het koor te bedanken voor zoveel moois. Dat applaus werd gehonoreerd met een toegift in de vorm van de negro-spriritual "Peter on the sea!" De perfecte timing die voor dat lied nodig is wil het goed gezongen worden, was in ruime mate aanwezig bij de mannen en deze toegift viel bijzonder in de smaak bij het publiek. Spontaan extraatje De tijd was nu gekomen dat de voorzitter Aart Heuveling het spreekgestoelte beklom en zijn dankwoord sprak. Dat gold in de eerste plaats natuurlijk het koor met dirigent en pianist. Met de woordspeling "de naam Zwart, maar het is alles lichtend wat u bracht" vertolkte Heuveling de gevoelens van de aanwezigen. Ook de afgevaardigden van B&W, alsmede van de Chr. Middenstandsvereniging werden bedankt. Natuurlijk vergat Heuveling ook de solisten Jelle Kaptein en Henk Brouwer niet. Kaptein had er wel zin in en vol overgave en welhaast dansend bracht hij samen met Hallelujah, het lied "Glory Hallelujah" ten gehore als spontaan extraatje. Spontaan zingen roept een reactie op en dat bleek! Enthousiast klapte het publiek mee en Kaptein gaf met dit optreden de avond een bijzonder gedreven slot. Wie gedacht had dat het nu afgelopen was, kwam bedrogen uit. Terwijl Heuveling alle Wi-Wi'ers bedankte, sloop penningmeester Tijmen van de Geest de preekstoel op. Aart werd in de bloemetjes gezet zo werd al snel duidelijk. Zijn vrouw werd erbij geroepen en samen werd hun verteld dat zij die zo dol op reizen waren, samen een uitstapje aangeboden kregen naar Duitsland. Het was voor het echtpaar Heuveling een volslagen verrassing die blij geaccepteerd werd. Na deze verrassende actie, was toch echt om 22.00 uur een einde gekomen aan de avond. Tot slot werd gezongen " 'k Wil U o God mijn dank betalen". De Wi-Wi organisatie kan met genoegen terugzien op een fantastische jubileumavond die ook door het publiek bijzonder gewaardeerd werd. Spakenburgse krant, woensdag 4 december 1991 Jubileumconcert in "De Schuilplaats" (1990) Stijlvolle herdenking 80 jaar Urker Mannenkoor "Hallelujah" Willem Hendrik Zwart en de mannen van "Hallelujah" hadden zich wel degelijk voorbereid op de manifestatie jongstleden zaterdagavond ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van dit Urker mannenkoor. De Schuilplaats was beneden tot de laatste plek bezet met een aandachtig publiek toen het jubilerende koor de kerkruimte betrad. Samen met de aanwezigen werd de avond geopend met de lofprijzing uit psalm 136 "Want Zijn gunst alom verspreid, zal bestaan in eeuwigheid", waarna de voorzitter Age ten Napel alle aanwezigen een hartelijk welkom toeriep. Opvallend was het dat het koor de laatste tijd een behoorlijke uitbreiding heeft ondergaan, waarbij nogal wat jongeren de gelederen hebben versterkt. Een zeer gevarieerd programma werd ten gehore gebracht en door bekwame handen begeleid, te weten Harry Hamer, orgel en Wim Magré aan de piano. Hoogtepunt van de avond was naar mijn mening "Die Himmel erzählen" van Hayden, waarbij Henk Brouwer, Jelle Kaptein en Age Ras op verdienstelijke wijze de soli vertolkten. Een ander hoogtepunt van de avond was de uitreiking van de erepenning van de Gemeente Urk aan een vijftal wel zéér getrouwe leden van het koor! Veertig jaren getrouwe dienst staan genoteerd voor de heren Maarten Verbaan, Sijmen Bakker, Bertus Jerusalem, Paulus de Boer en Albert Brouwer. Deze heren werden bij de uitreiking hartelijk gelukgewenst door het "hoofd" van de gemeente zelf, burgemeester Veninga. Reeds eerder waren in een gezellig samenzijn van het koor de "30-jarigen" gehuldigd. Helaas bleek de administratie van het koor niet up-to- date, daar naderhand bleek dat Jelle ten Napel in het vergeetboek was terecht gekomen. Dit werd zaterdagavond door de voorzitter rechtgezet. De uitreiking van de jubileum-Cd ging gepaard met enkele hartelijk gesproken woorden door een vertegenwoordiger van de platenmaatschappij "Dureco". Hij wees daarbij op de jarenlange relatie tussen het koor en Dureco. Om 21.50 uur sloot de voorzitter de avond, waarna het koor de aanwezigen de zegenbede toezong. De activiteitencommissie en daarbij het gehele koor met haar dirigent, kunnen terugzien op een wel zeer geslaagde avond. Naar aanleiding van "Een woord van de voorzitter" in de jubileumkrant wil ik graag besluiten met het onderstaand gedichtje: Het Urker Mannenkoor: vandaag 80 jaar. Nog maar net een mensenleven. Een jeugdig koor en wij wensen haar, Dat God haar nog vele jaren wil geven. Het is al weer vele jaren geleden Dat ik als kind werd geboeid door dit koor. Zij zong de psalmen, lofzangen en de gebeden. En dit alles drong toen al diep tot mij door Van dit Hallelujah, ruim vijftig jaar geleden. Het is vandaag ook een dag van gedenken Aan allen die in ’t verleden heen zijn gegaan. Moge de goede God aan de nabestaanden schenken Dat zij moedig voortgaan op hun levenspaâen. En mannen, leden van het Hallelujah-koor Ik wou graag, op gezag van uw voorzitter hoor! Een erenaam u medegeven, De één noemt zich ridder, de ander noemt zich graaf. Maar u wordt bevorderd van gewoon lid tot slaaf. Draag slaven dan moedig uw opdrachten voort Gericht op de toekomst van het hemelse oord. Mijn wens is dat alle Urker koren Eens tot dit Koninklijk slavenkoor zullen behoren. Meindert W. Kramer Het Urkerland, 29 oktober 1990 (1990) Urker Mannenkoor op koers URK Zaterdagavond, 27 oktober, gaf het Urker Mannenkoor "HALLELUJAH" een jubileumconcert vanwege het tachtig jarig bestaan, in het kerkgebouw De Schuilplaats van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Urk. Vrijdag was op een Urker schip het jubileumfeest al gevierd. Leden van het koor, die vijfentwintig en dertig jaar lid zijn, werden bij dat feest op het schip in het zonnetje gezet. Burgemeester S. Veninga huldigde tijdens het concert vijf andere leden. Zij waren langer dan veertig jaar aan het koor verbonden en kregen een oorkonde en een erepenning. "Bij het 75-jarige bestaan, in 1985, kreeg het Urker Mannenkoor Hallelujah al veel blijk van waardering. Hen is toen de zilveren erepenning van de gemeente Urk uitgereikt". Burgemeester memoreert dat in zijn toespraak. Eerder had hij dat al geschreven in de prachtige Hallelujah-krant die overal in Urk in de loop van deze week is verspreid. Ook voorzitter A. ten Napel voerde gedreven het woord. Het enthousiasme van het koor was hem af te lezen en het was een goede zaak dat hij een "vergeten" vijfentwintigjaren-lid alsnog voor het voetlicht bracht. Kreukeltjes Pijnlijk was het voorval dat bij de uitreiking van de oorkonden de zilveren erepenning voor alle vijf gehuldigden niet beschikbaar was: "In dit soort gevallen gaat de gemeentelijke besluitvorming kennelijk sneller dan een graveur graveren kan", verontschuldigde zich de burgemeester. Maar de burgemeester stond hierin niet alleen. Ook Dureco’s platenman die de jubileum-Cd kwam introduceren, Jan Quintus Zwart, moest, onder indruk van de vocale prestatie, erkennen dat hijzelf de plaat nog niet had gehoord! Natuurlijk waren er vele goede wensen, van Meindert Kramer van het Urker Visserskoor, dat verleden week nog bij de Evangelische Omroep was. "Ruwe stormen mogen woeden" schrijft Tiemen Roos, de penningmeester, in een prachtig historisch overzicht in de Hallelujah-krant. Per definitie is een mannenkoor meestal vierstemmig: een eerste en tweede tenor, een eerste en tweede bas. Maar soms is het mannenkoor ook wel driestemmig, verdeeld in een tenor, een bariton (tweede tenor en/of eerste bas). Dirigent Willem Hendrik Zwart waagde zich in dit concert aan beiden en is daar bijzonder in geslaagd. Alom erkenning Meindert Kramer van Crescendo schrijft in de Hallelujah-krant over zijn oom Teunis die destijds een van Hallelujah’s dirigenten was. In zijn toespraakje praat hij over het bekende Koninklijke Slavenkoor en de "koninklijke koorslaven" van de Urker koren: "Omdat zo’n koor de dirigent en koorleden dagelijks bezighoudt!" Voor Willem Hendrik Zwart zijn dit bekende woorden. Na vele dirigentenwisselingen was zijn benoeming tot dirigent, zes jaar geleden, een zware uitdaging. Het concertprogramma bewijst dat hij het met zijn koor heeft aangekund. Het bevat niet alleen geestelijke liederen, de psalmen en de gezangen die iedereen wel kent maar het grijpt hoger, naar Händel en Hayden en dat kan dit koor professioneel best aan. Ook Wim Magré, piano blijkt het samenspel met Harry Hamer, orgel, optimaal te kunnen honoreren. Ook solo en als piano-ondersteuning van het koor blijkt hij alert! Helaas was er voor applaus geen ruimte. De toehoorders hadden het enthousiast gedaan. De kerkenraad vond het niet passend en misschien is dat ook juist. Zo was er ook geen foto mogelijk. Het deed op zich wat merkwaardig aan maar vond naarmate de avond vorderde bij de honderden toehoorders grote waardering. Het bleef muisstil en het roept de vraag op of applaus in feite wel zo noodzakelijk is bij dit soort klassieke evenementen. Kortom, een prachtig professioneel concert waarvan velen ademloos hebben genoten. De jochies die ons als lolletje bij het vragen naar de weg, de verkeerde kant opstuurden nemen we dus maar voor lief ...! Van den Becken Polderkrant, 29 oktober 1990 (1990) Stijlvol afscheid van dirigent Zwart HARDERWIJK Tijdens een groots opgezet afscheidsconcert bedankte het protestants interkerkelijk koor haar scheidende dirigent W.H. Zwart. Om en nabij de 400 mensen waren samengestroomd in de Plantagekerk, waar het afscheid plaatsvond. Tevens was dit de eerste keer dat de nieuw dirigent Wim Magré het koor leidde. De inmiddels 65-jarige Zwart moest afgelopen zomer om gezondheidsredenen stoppen met het koor in Harderwijk. Hij houd echter zijn andere twee koren en zijn reguliere muziekwerk. Zijn opvolger Magré bestempelde hij als zijn beste leerling. Het koor hoeft zich dus geen zorgen te maken over de kwaliteit. Dat bleek ook tijdens het zingen, want met veel inzet hield Magré de teugels strak in handen en toonde zich een capabele dirigent. Het koor voegde zich als was in zijn handen. Begeleiding Aan het concert werd verder medewerking verleend door de Gebroeders Brouwer, die blijk gaven van hun lange staat van dienst. Zij kennen Zwart al meer dan 20 jaar en werkten in die tijd zeer geregeld samen. De piano partij werd vervuld door Erzike Kövi, terwijl de hobopartij voor rekening van Han Kapaan, een meester op dit lastig te bespelen instrument. De orgelbegeleiding werd verzorgd door de zoon van de scheidende dirigent, Everhard Zwart. Gezamenlijk wisten zij de juiste toon te treffen, waarbij met het koor een fraaie balans werd verkregen. Helemaal zonder Zwart ging het echter ook deze laatste keer niet. Het lied "All the nations praise the Lord" werd door hemzelf gedirigeerd. Nog eenmaal "Een publiekswissel", noemde Zwart dit van te voren. Menigmaal klonk er in de kerk voor dit concert een verdiend applaus. Zowel de begeleiding als het koor waren bijzonder goed op dreef. Een waardig afscheid voor een dirigent die twintig jaar lief en leed heeft gedeeld met deze groep mensen. Schilder’s Nieuwsblad, maandag 5 november 1990 .
Willem Hendrik Zwart 1925-1997
Koren  (Krantenartikelen 1954-1990)