Wat samenzang me doet? Dat kan ik niet omschrijven. Dat is enorm. Als een volle Bovenkerk gaat zingen, dan gebeurt er wat. Als je maar stimuleert om te zingen. Je zingt eigenlijk samen, organist en gemeente. Ik boven, zij beneden. Improviseren in een Eredienst is heel goed, als het maar een voorbereide improvisatie is. Als het niet meer is dan het wegspelen van de stilte, wat grasduinen in goedkope akkoorden, dan ga je als organist de fout in. Kijk, echt improviseren, dat kunnen wij niet meer. Dat kon Bach, maar ik zie in Nederland geen organist meer rondlopen die op de orgelbank gaat zitten, z'n ogen dichtdoet en denkt: 'Nu komt er iets heel moois mij aanwaaien.' Ik kan me dat niet voorstellen, ik kan niet voorstellen dat je zondagmorgens zit te improviseren en op dat moment denkt: 'Ai, ai, wat komt er iets heel bijzonders uit m'n orgel.' Waarom schrijven al die beroemde improvisatoren anders nooit een improvisatie op? Omdat ze het zelf ook niks vinden.' BLIJVEND GENIETEN Hij was vertolker van met name, de Psalmen. Hij kon de mensen enthousiasmeren door zijn fascinerend orgelspel. In zijn orgelspel klonk de liefde voor zijn Heer door. Velen kunnen zich spiegelen aan zijn wijze van leven, maar kunnen ook blijvend genieten van wat hij achterliet in zijn liederen en composities. Hij leefde strijdbaar en onbevreesd en in zijn orgelspel gaf hij hoop en moed door aan zeer velen. Burgemeester H. Kleemans, Kampen
Willem Hendrik Zwart 1925-1997
Kerkorganist