(1986) Kamper organist Zwart geroutineerd concertgever OMMEN - Woensdagavond in de NH-kerk te Ommen redelijk veel belangstelling voor het concert dat Willem Hendrik Zwart, die naast eigen werk ook composities van vader Jan Zwart, in zijn gevarieerd programma had opgenomen. Begonnen met de koraalfantasie "Op bergen en in dalen" viel de appel niet ver van de boom. De melodie werd sierlijk omspeeld, modulerend naar een feestelijke toonaard, met snelle passages op manualen en pedaal de bekende melodie accentuerend. Een stijlvolle vertolking kreeg de prelude en fuga in g moll van Joh. Seb. Bach, levendig spel in de prelude met een puntig fuga- thema, herkenbaar in de doorwerking, met een boeiend klankbeeld. Het concerto in h moll van Joh. G. Walther was in het allegro lichtvoetig met veel ornamentiek en dynamische schakeringen. Het andante begon mysterieus met fluitstemmen, terwijl het slotfragment met veel staccatospel in een doorstromend ritme werd uitgevoerd. Scherzo van Becker uit de 1ste sonate werd licht getremuleerd van toon, de menselijke stem benaderd, waarin de melodie centraal stond. De toccata was een echt toetsenstuk, waarin virtuoze passages deden denken aan de bekende fanfare van Lemmens, technisch perfect gerealiseerd. De "Even Song" van E. Martin was amusementsmuziek van het goede soort, waarin boeiende melodieën voorkwamen. De ouverture (letterlijk openingsnummer) van Jan Zwart was gebaseerd op het koraal "Dankt, dankt nu allen God" en het Valeriuslied "Wilt heden nu treden", resulterend in een muzikale climax, waarbij het volle werk van het Scheur-orgel niet werd gemeden en op pittige positieve wijze het concert van Willem Hendrik Zwart werd besloten. Het volgende orgelconcert vindt plaats op woensdag 23 juli waarbij Charles de Wolf, de Bach-kenner bij uitnemendheid, zal concerteren. Gotze Kazpersma Uit: (niet vermeld) (1987) Alleen in het dagverblijf "Op een avond laat zat ik alleen in het dagverblijf. Mijn zaalgenoten waren al naar bed, men ging gewoonlijk vroeg naar bed, ik was altijd een der laatsten. Op de gang hoorde ik de voetstappen van de zuster die de ronde deed. Het nachtlampje brandde in het schemerachtige vertrek. Ik keek naar de televisie. Alleen. Een uitzending van een orgelconcert uit de Bovenkerk te Kampen …" Hier is de godgeleerde dr. H. Jonker, emeritus hoogleraar van de rijksuniversiteit te Utrecht, aan het woord. Zijn proza trof ik aan in 'Theologia Reformata', een theologisch tijdschrift van en voor Gereformeerde bonders in de Hervormde kerk en Christelijke Gereformeerden. Kort na een preekbeurt in Ermelo, de afgelopen zomer, werd dr. Jonker getroffen door een beroerte. Hijzelf heeft het over een aandoening, die toesloeg. Dit leidde tot een verblijf in het revalidatiecentrum 'De Hoogstraat' te Leersum en daarover verteld dr. Jonker in zijn rubriek Reflexen in Theologia Reformata. Hij doet dit nogal openhartig: "Een innerlijk verzet rees in mij. Ik, die gemeentes en studenten had geleid en begeleid, moet nu zelf geleid en begeleid worden. Ik, die altijd gezond was geweest, behoorde nu tot de groep der gehandicapten. Ik had ook weinig contact met mede-revalidanten. Ik was ander gezelschap gewend." Dr. Jonker, die inmiddels weer thuis is, beschrijft ook een bezoek-in-rolstoel aan het openluchtmuseum in Arnhem: "Gezonde toeristen liepen met een boog om ons heen en keken ons soms meewarig aan. "Aan het uitje was ook nog een boottocht verbonden: "En tijdens die tocht naar de Rijnkade was het alsof een innerlijke stem tot mij ging spreken. "Mijnheer de theoloog, mijnheer de theoloog, met wie ging de Here Jezus om? Toch met lammen en kreupelen en blinden en doven, niet? Mensen die zonder verzorging en zonder rolstoelen over de aarde moesten kruipen, grote stumpers. En met wie had de Here Jezus de grootste ruzie? Met hooggeleerde schriftgeleerde en hoogeerwaarde Farizeeën, niet?" Plotseling was mijn innerlijke verzet gebroken en ik keek de groep met al die verzorgers met andere ogen aan." Nu terug naar de eenzame dr. Jonker bij de televisie in het dagverblijf. Hij hoorde een orgelbewerking van psalm 25 en hem schoten de woorden van het achtste vers, oude berijming, te binnen: "Zie op mij in gunst van boven …" Dr. Jonker: "Zoekende klanken, smekende klanken, dan omhoog, dan omlaag. Er ontstond een verbondenheid met de organist die daar omhoog in de ijle ruimte van de hoge, gotische kerk met zijn muziek aan het bidden was. Ik werd ontroerd, het orgelspel met zijn inhoud trof mij diep." Dr. Jonker hield zichzelf voor: "Niet sentimenteel worden, man! Kwam de ontroering doordat ik daar in een van de straten bij de Bovenkerk in de Eerste Wereldoorlog geboren ben, een paar tientallen meters van het orgel verwijderd? (…) Neen, er was een andere oorzaak. Er was een stem die mij danig had aangesproken. De stem van Augustinus … Dit was dr. Jonker in 'Theologia Reformata'. Ik vraag me af of deze "reflex" onder de aandacht is gebracht van Willem Hendrik Zwart, de organist van de Kamper Bovenkerk. Ik denk dat hij het was, naar wie dr. Jonker die avond, alleen in het dagverblijf, heeft zitten kijken en luisteren. Termeer daar Willem Hendrik zijn vermaardheid onder meer ontleend aan zijn orgelbewerking van psalm 25. Willem Hendrik Zwart zal wel niet geabonneerd zijn op 'Theologia Reformata', dat meer mikt op godgeleerden dan op organisten, maar dit blad heeft ongetwijfeld zijn afnemers in het orthodoxe Kampen. Is er iemand die ermee naar de heer Zwart is gestapt: Moet je es lezen! …? Zo niet, dan kan Willem Hendrik Zwart vandaag in deze krant lezen hoe zijn spel dr. Jonker heeft ontroerd. Of Willem Hendrik Trouw leest? Dat zou ik denken! Tenslotte draai ik zijn platen, dus 't minste wat hij kan doen is mijn stukjes lezen! En over platen gesproken, er is weer een nieuwe elpee van hem verschenen, uitgebracht door zijn zoon Jan Quintus: JQZ-Muziekprodukties, Waterkers 77, Kampen. Beide kanten staan vol met eigen psalm- en liedbewerkingen van Willem Hendrik Zwart, gespeeld op zijn eigen Bovenkerk-orgel. Er zitten een paar oude bekenden tussen. Ja hoor, psalm 25 is er ook! A.J. Klei Dagblad Trouw, 29 januari 1987 (1988) Willem Hendrik Zwart: Milde weldaad van klanken KAMPEN Het prachtige Hinsz-orgel van de Bovenkerk werd gisteravond bespeeld door zijn eigen bekende organist Willem Hendrik Zwart. Voor een talrijk publiek werd een programma ten gehore gebracht, dat niet alleen boeide door de gevarieerde keus van de uit te voeren werken, maar veeleer door de prachtige vertolking. Begonnen werd met een Fantasie en Koraal, psalm 25 van Willem Hendrik Zwart zelf, waarbij direct voor de rest van de avond de klankweelde, die uit dit orgel werd gehaald de luisteraar in zijn ban hield. De contrasterende Triosonate van J.S. Bach kreeg daarna een schitterende stijl getrouwe vertolking. Helder, sober en ritmisch gespeeld. Een groot contrast daarmee vormde het werk van A. Guilmant. Een milde weldaad aan klanken in een rijke scharkering aan coloriet. In de grandioze opbouw aan het slot ging desondanks de klankrijkdom niet ten koste van de meerstemmigheid. Integendeel. Het boeiend stemmenspel was nauwkeurig te volgen. Feeëriek en speels klonk als een korte verademing een charmant Scherzo van G. Pierné. Mooi was de vertolking in een rijk genuanceerd klankpalet van een Allegretto van J.N. Lemmens. Boven de diep sonore bassen omspeelde een dartele melodie het boeiend vraag- en antwoordspel waaruit dit stuk is opgebouwd. Dramatisch van inhoud was de Toccata van Th. Dubois. Van het zwaar beladen begin tot het triomfantelijke einde. De 6e sonate van F. Mendelssohn-Bartholdy zou bijna "saai" geweest zijn als de vertolking niet zo mooi was geweest. De rustige beschaafde en intieme muziek en de grote deskundigheid van Mendelssohn als componist staan altijd borg voor goede muziek, die echter pas begint te leven door een juiste artistieke weergave. De veelzijdigheid van de organist bleek uit de koraalfantasie van W.H. Zwart zelf. Hier was geen sprake van een voorzichtige stijlgetrouwe vertolking maar van een kenmerkende forse aanpak. Bijna alle registers werden open getrokken om de pracht van dit unieke orgel nog eens te laten horen in een muziek die boeien door zijn vele klankschakeringen en in een prachtige climax zijn eind vond in een juichend majeur slotakkoord. M.W. Kamper Courant, vrijdag 8 juli 1988 (1990) Jan Zwart wat de klok sloeg MUZIEK Kampen, Bovenkerk: orgelconcert Willem Hendrik Zwart. Donderdag 9 augustus Aangezien wij wel mogen aannemen, dat een beduidend contingent van de talrijke bezoekers, die donderdagavond het orgelconcert door Willem Hendrik Zwart in de Bovenkerk bezochten, door "het orthodox protestantse volksdeel" werden gevormd (daar zitten de meeste orgelliefhebbers), was succes voorspelbaar en is het voor velen genieten geworden. Vader Jan Zwart wordt immers beschouwd als de vertolker van de emoties van dit (kerk)volk, die hun in zijn composities en bewerkingen muzikale troost en opwekking bood. En naast diens bewerking van Psalm 91 stonden op het programma verscheidene werken van de concerteer, zoon Willem Hendrik, die duidelijk terugwezen naar het karakteristieke idioom van vader Jan. En dat was niet minder het geval bij een bewerking van schoonzoon / zwager Willem Mudde, bij wie in het gekozen werk nog geen - hem toegeschreven - vernieuwingstendens te ontdekken viel. Willem Hendrik Zwart begon het concert - georganiseerd door de Concertcommissie Hervormde Kerk Kampen en samenvallend met de laatste Kamper Ui(t)-dag - met een bewerking van Psalm 116, bestaande uit een speels trio, een canonisch voorspel in duidelijk Zwartiaanse stijl en een koraal, waarna de werken van Willem Mudde en Jan Zwart volgden. Hij beëindigde het concert met een drietal eigen bewerkingen: "O Heil'ge Geest daal op ons neer" in een "meditatie", een mooi trio en een vroom koraal, afgesloten met een Zwartiaans coda; dan een gefigureerd koraal naar Psalm 36 en tenslotte en onverholen Zwartiaanse Koraalfinale over Psalm 25. Willem Hendrik Zwart speelde dit programmadeel met aangename ingetogenheid en kennelijke beheersing van de mogelijkheden van het imposante orgel in de Bovenkerk, waarvan hij de vaste bespeler is sinds 1954. Deze wel zeer persoonlijke bijdrage aan het concert omarmde een drietal werken uit de "grote" orgelliteratuur, die ook op de programma's van vader Jan Zwart nooit ontbrak. Eerst van J.S. Bach een Preludium en Fuga in A-kleine terts, die we wat zwaar van klank vonden. De structuur van de compositie bleef daardoor soms wat in de klank verborgen. In dit opzicht fraaier was het nogal Händeliaanse Concert H-Moll van Johann Gottfried Walther, dat door Willem Hendrik Zwart fris geregistreerd, doorzichtig, helder en met gepaste staccato's werd gespeeld. Hoogtepunt van het gehele concert was voor ons echter de vertolking van César Franck's "Derde Koraal". In het begin en eind romantisch imposant en soms wat warrig. Daartussen in de bekende, liefelijke passages, die door de organist rubato en daarmee heel persoonlijk gestalte kregen, contrasterend. Tezamen, in een passend geregistreerde klankvormgeving, een indrukwekkende vertolking. H. Wiersma Nieuw Kamper Dagblad, maandag 13 augustus 1990 Zwart blijft orgel spelen zonder kwaliteitsverlies KAMPEN Op de laatste Kamper-Ui(t)-dag nam, in de reeks concerten van de Concertcommissie Hervormde Kerk Kampen in de Bovenkerk, de vaste bespeler van het Bovenkerkorgel het concert voor zijn rekening. Willem Hendrik Zwart zette zijn gehoor, dat wederom talrijk was, geen populaire feestpotpourri voor, maar een serieus concert met een degelijk programma en dat werd door de bezoekers klaarblijkelijk gewaardeerd. Net als vorig jaar kan gezegd worden, dat ondanks de kooibouw in het organistenwereldje, Zwart geen blijken van kwaliteitsverlies door overmatige werkdruk vertoont. Koraalkunst Hij begon met een categorie "Hollandse koraalkunst", die hij echter kennelijk wilde beperken tot onze eeuw. Van hemzelf was het orgelkoraal over psalm 36, waarmee het concert werd geopend, gevolgd door "Inleiding, toccatine en koraal over Psalm 150 van Rutger van Mazijck, en "Fantasie in de stijl van een toccatine, over Psalm 24" van Cor Kee. Alle drie werken, zo niet rechtstreeks geïnspireerd door, dan toch in het muzikale gedachtespoor van Jan Zwart: romantische welluidend en geestdriftig. En Willem Hendrik Zwart weet hoe dat gestalte te geven. Historie Een duik in de diepere orgelhistorie volgde met de "Echo Fantasie" van Jan Pietersz. Sweelinck (1562-1621), welk correct en fraai gespeeld, maar naar onze mening niet zo historisch van klank. Het heldere, aansprekende fluitwerk, ook in de echo-effecten, leek ons te zeer gebed in een donzige klank, die Sweelinck wellicht niet heeft gekend. Dat de concertgever daarna achtereenvolgens de symphonie no.1 van Alexandre Guilmant en het Choral III van César Franck speelde (en overtuigend speelde), bood een goede gelegenheid verschillen tussen beide, toch ook wel verwante tijdgenoten uit de romantische, Frans-Belgische orgelcultuur te leren kennen. Opbouw En dan blijkt César Franck, ondanks alle romantische vrijheden, toch veel duidelijker in opbouw en bovendien veel persoonlijker van sfeer van melodiek te zijn. Opvallend bij Guilmant is, dat hij in zijn lange "introductie" eigenlijk al zoveel elementen voor een "pastorale" en een "finale" heeft gestopt, dat die afzonderlijke delen als mosterd na de maaltijd worden gevoeld. Aangezien de Pastorale als afzonderlijk werk grote bekendheid heeft gekregen, accepteert men desondanks de drie-eenheid. Met Toccata en fuga d-moll van Max Reger bleef de concertgever in het gebied van de orgelromantiek (ook in de moeilijk als zodanig herkenbare fuga), ondanks vlagen van grilligheid, die naar Reger’s op weg zijn naar modernere stijlperioden wezen. Een boeiende afsluiting van het degelijke geprogrammeerde en serieus vertolkte concert, waaraan Willem Hendrik Zwart nog zijn eigen "koraalfinale over Psalm 25", in de stijl van Jan Zwart toevoegde, waarmee het einde van het concert als een ring aansloot bij het begin. H. Wiersma Nieuw Kamper Dagblad, zaterdag 10 augustus 1991 (1992) Jan Zwart herdacht in Bovenkerk Willem Hendrik Zwart - Als gerijpt talent KAMPEN - Niemand ontkomt bij het klimmen der jaren aan een zekere geestelijke verandering. Verandering van idealen, van instellingen en dientengevolge van praktijk. Ook een praktiserend musicus ontkomt niet aan deze verandering. De Willem Hendrik Zwart (67), die wij donderdagavond als vaste organist van de Bovenkerk traditiegetrouw de sterfdag van zijn markante vader Jan Zwart hoorden herdenken, kwam bij ons meer dan ooit over als een gerijpt talent, dat de emoties, die de geest van zijn interpretaties bepalen, meer dan vroeger in bedwang houdt. Misschien betreuren de "fans", die het vroegere vuurwerk minnen, dat wel maar ons is het goed, dat ook de negatieve effecten van die vurige benadering - de warrigheden, slordigheden en overdreven luidruchtigheid - minder de kans krijgen het resultaat te beïnvloeden. Daarom bewaren we een goede herinnering aan het concert van donderdag. Het is traditie, dat Willem Hendrik Zwart eens per jaar de sterfdag van zijn vader Jan Zwart herdenkt in de serie orgelconcerten, die de Concertcommissie Hervormde kerk Kampen telkenjare organiseert. Jan Zwart, geboren op 20 augustus 1877 te Zaandam en aldaar op 13 juli 1937 overleden, is van grote betekenis geweest voor de brede belangstelling voor het kerkorgel, die ook thans nog wel te constateren valt. Hij was organist en orgelcomponist, en een strijdbaar schrijver ter promotie van het kerkorgel als instrument in de eredienst zowel als voor de uitvoering van een concert repertoire. Zelf heeft Jan Zwart van 1898 af tot aan zijn dood in 1937 het orgel van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk in Amsterdam aan de Kloveniersburgwal bespeeld; een prachtig laat-barokorgel (1796) van de van oorsprong Lippstadter orgelbouwer J.S. Strümphler. Op dit orgel gaf hij ook zijn befaamde radioconcerten voor de NCRV-microfoon. (Het orgel staat nu, gerestaureerd, in de Eusebiuskerk te Arnhem). Willem Hendrik Zwart herdacht zijn vader op het - ook regelmatig, en wel op Koninginnedagen, door vader Jan Zwart bespeelde - orgel in de Bovenkerk van Kampen, opnieuw opgebouwd (1743) door A.A. Hinsz. Twee aspecten van Jan Zwart's activiteiten kwamen bij die herdenking naar voren. Ten eerste zijn compositorische arbeid; het merendeel van de werken op het programma van donderdag waren van Jan Zwart. Ten tweede zijn liefde voor de werken en van componisten, die op de romantische periode van de Europese orgelcultuur hun stempel hebben gezet: de Duitser Felix Mendelssohn-Bartholdy en de Fransman Alexander Guilmant. Ook in hun voetsporen trad Jan Zwart bij zijn eigen compositorische arbeid. Overigens mag hier ter voorkoming van misverstanden wel even terloops worden vermeld, dat Jan Zwart als organist een kenner en liefhebber van met name Joh. Seb. Bach was. Als componist van een eigen repertoire had Jan Zwart, ondanks die romantische voetsporen, een eigen karakteristiek, en ofschoon met weinig vernieuwende tendensen toch niet zonder kwaliteiten. Nu na de verbitterde strijd tussen de romantiek en de "modernen" in de orgelcultuur toch de belangstelling voor het romantische tijdperk weer is toegenomen, steeg ook de waardering voor Jan Zwart's composities. Goeddeels als vertolking van de emoties van velen uit het orthodox protestantse volksdeel ofwel - zoals wordt geschreven - "typisch nationaal gereformeerd estheticisme", maar tòch! Een zeer goed gevulde kerk bewees dat weer. De vele bezoekers hadden met ons een goede avond. H. Wiersma Nieuw Kamper Dagblad, zaterdag 18 juli 1992 (1993) Ongebruikelijk slot concert Willem Hendrik Zwart Eer het vuurwerk een knallend en knetterend einde maakte aan de laatste Kamper Ui(t)dag, besloot de vaste organist van de Bovenkerk, Wil-lem Hendrik Zwart, de feestdag op het Bovenkerkorgel met minder luidruchtige klanken. Voor dit slotconcert, dat als gewoonlijk een behoorlijke publieke belangstelling trok, had hij een gebruikelijk programma samengesteld uit barok- en romantisch repertoire, maar vooral in kleinere en gedeelten van grotere werken, waardoor het geheel lichter te verteren werd. Wat ongebruikelijk was overigens het slotwerk van zijn programma. Het bestond uit twee liedbewerkingen van de concertgever zelf die onderling nogal verschilden. De eerste bewerking was een liefelijke, sfeervolle versie van het lied 'Leid vriend'lijk licht', geheel in het idioom van diens vader Jan Zwart, maar de tweede bewerking, een 'Symphonische Fantasie' over Psalm 130, was verrassend anders. De bewerking was opgebouwd uit een drie keer gevarieerd herhaalde inleiding met een donker, suggestieve eentonigheid, waaruit drie keer als cantus firmus de psalmmelodie anders van klankkeuze tevoorschijn kwam; de laatste keer als koraal. Een interessant en zeer eigen besluit van het concert. Vader Jan Zwart ontbrak uiteraard niet op het programma; hij kreeg de eer van het openingswerk: Elegisch voorspel en koraal over psalm 51, waarbij de mooie, rijke harmoniek en een welluidende klankkeuze opvielen. Daarna leverde Joh. Pachelbel het barokaandeel van het programma met diens 'Preludium, Fuga en Ciaconna in D', met in het preludium een pretentieuze consequente klankopbouw, in de fuga doorzichtigheid. De Ciaconna viel op door de structuur waarin de persoonlijke stijl van de componist herkenbaar was. Het romantische programmadeel bevatte van Alexandre Guilmant een liefelijk Allegretto, losjes van melodiebehandeling, en een ferm, martiaal maar welluidend Grand Choeur. Van Charles Marie Widor klonken twee delen uit orgelsymfonieën: het liefelijke 'Andante Cantabile' uit nummer IV en het met typische Widor-sier getooide 'Allegro Vivace' uit nummer V. Met Hendrik Andriessen's 'Premier Choral' eerde Zwart de eigentijdse, Nederlandse meester van de (late) romantiek, die overigens in dat werk de invloed van César Franck niet verloochent. Daarna koos de concertgever nog even de lichtere toets van de traditionele romantiek met René L. Becker's 'Toccata' uit diens Sonate in G. Een fris intermezzo, waarna Willem Hendrik Zwart's twee eigen liedbewerkingen, waarvan de laatste interessant door eigen karakter, het concert besloten. H. Wiersma Nieuw Kamper Dagblad, zaterdag 21 augustus 1993 (1994) Concert Willem Hendrik Zwart niet zonder vader Jan Toen muziekschooldirecteur dr. W. Kalipp in het stadhuis een werk van de kerkmusicus Otto Heinermann onder de loep nam, kwam hij vergelijkenderwijs op de Nederlandse kerkmusicus Jan Zwart, en prees om diens intentie zijn koraalbewerkingen, die hij niet alleen gehoord, maar ook zelf op het orgel gespeeld had. Daaraan moest ik denken, toen op diezelfde donderdag Willem Hendrik Zwart 's avonds in de Bovenkerk zijn Kamper Ui(t)dagconcert begon met twee Psalmbewerkingen van Jan Zwart. Het was overigens te verwachten, want hij eert en waardeert zijn vader, die in meer dan één opzicht een lichtend voorbeeld is geweest in zijn praktijk als kerkorganist. Voorspelbaar Geregelde bezoekers van zijn concerten komen dan wel eens tot de verzuchting dat Jan Zwarts composities en bewerkingen, ofschoon ze zeker een eigen karakter hebben met name in hun harmonisch idioom, zo voorspelbaar en zo gedateerd zijn. En dat mag voor het kerkvolk dan juist een verdienste wezen, verwende orgelliefhebbers verlangen dan naar méér en anders. Dan is het goed om van een deskundig buitenstaander eens juist de lof van deze stijlvaste vertegenwoordiger van het romantische kerkliederenrepertoire te horen. Dat kan heel verfrissend werken, als voor de zoveelste keer het 'Canonisch voorspel en koraal over Psalm 84' en de door Widor geïnspireerde 'Toccata en het Koraal over Psalm 146' opklinkt. Kwaliteit Voor het overige bood Willem Hendrik Zwart zijn toehoorders in de rest van het programma veel variatie en veel kwaliteit. Eerlijk gezegd waren we minder gelukkig met César Franck's 'Pièce Héroïque', waarvan het spel in het begin door een onrustige ritmische achtergrond minder overtuigend werd, waarna verderop in het werk de duidelijkheid wat verborgen raakte achter een teveel aan sfeer. Duidelijkheid Maar duidelijkheid was er uiteraard weer in Händel's 'Concerto Bes-Dur'. En ook 'Premier Choral' van Hendrik Andriessen, in Franse stijl en heel sfeervol van klank, bleef toch voorzichtig van ritmische opbouw. Een uitstekende vertolking, hetgeen ook gezegd kan worden van J.S. Bach's 'Passacaglia en Fuga in C-Moll', dat bij een in breedte en volume groeiende opzet toch óók doorzichtig van klank bleef. Koraalfinale Willem Hendrik Zwart sloot zijn concert af met een Koraalfinale van eigen hand over Psalm 119, waarin hij zich een goed leerling van zijn vader betoonde door gebruik van diens idioom en opbouwtechniek, en daarmee zijn publiek als met een stevige handdruk naar huis liet gaan. H. Wiersma Nieuw Kamper Dagblad, zaterdag 20 augustus 1994 Veel publiek in kerk Uithuizermeeden (1995) Jubilerende organist speelt jubileum concert Avondmuziek UITHUIZERMEEDEN - De Kamper organist Willem Hendrik Zwart speelde op Hemelvaartsdag het jubileumconcert van Avondmuziek Uithuizermeeden. Voor een zeer goed gevulde kerk voerde bij een programma uit bestaande uit werken van eigen bodem, met uitzondering van Preludium en Fuga in D van D. Buxtehude en de zogenaamde Dorische Toccata van J.S. Bach. Willem Hendrik Zwart opende met Berusting van S. Landsman, een verstild werkje dat hij registreerde met 8-voets fluiten, die met hun warme klanken zo kenmerkend zijn voor het Meister Hinszorgel. De koraalfantasie Ps 47 van Jan Zwart, een lied dat veel gezongen wordt op Hemelvaartsdag, had zoals gebruikelijk een duidelijke climax in registratie, en eindigde met het ko-raal, breeduit gespeeld en geregistreerd. Praeludium en Fuga in D van Buxtehude werd licht geregistreerd en uitgevoerd met veel klavierwisseling. Een methode van spelen waar de muziek van Buxtehude als het ware om vraagt. De Dorische toccata van Bach is een werk dat zich niet zonder problemen op het orgel in Uithuizermeeden laat spelen. Immers, in de kerkruimte klinkt het rugwerk veel penetranter dan het hoofdwerk, zodat moeilijk een evenwicht te verkrijgen is. Willem Hendrik Zwart loste dat uitstekend op. Hij koppelde de 8-voets fluit en de 2-voets octaaf van het rugwerk aan de Prestanten van het hoofdwerk. Daardoor ontstond een zeer goed evenwicht, wat de zo nodige doorzichtigheid zeer ten goede kwam. Vervolgens speelde Willem Hendrik Zwart Allegro en Finale uit de derde Sonate van Samuel de Lange. S. de Lange was achtereenvolgens organist van de Luthers-, de Waalse-, de Zuider- en de Laurenskerk van Rotterdam. Leidraad voor deze sonate is Psalm 24 O God, mijn God, waarom verlaat Gij mij. Dit werk nam een centrale plaats in in het programma. Deze muzik kwam volledig tot zijn recht onder de handen van Willem Hendrik Zwart. Hetzelfde de kan worden gezegd van Thema met variaties van Hendrik Andriessen. Een verstild intermezzo was Andante con moto van A. Pomper. Willem Hendrik Zwart eindigde met zijn eigen bruisende koraalfinale over Psalm 25. Uit het langdurig applaus was de waardering te meten van de talrijke luisteraars voor deze jubilerende organist. (1996) Orgelconcert met vrolijke noten van Willem Hendrik Zwart ELBURG- De zomer orgel concerten in Elburg en omgeving zijn opnieuw van start gegaan. Er is dit seizoen een bijzonder groot aanbod. Afgelopen woensdag heb ik gekozen voor de orgelbespeling van Willem Hendrik Zwart uit Kampen. De nestor onder de organisten is een telg van de bekende Zwart familie en heeft zijn sporen als organist in de loop der jaren verdiend. Het is de moeite waard om hem te beluisteren. In Doornspijk was de kerk goed gevuld en het veelzijdige programma was vol afwisseling en kwam goed over op het symfonische Strunk orgel. Geopend werd met een rustig zacht Andante religioso over Psalm 25 van vader Jan Zwart. Een vrolijk opbruisende Psalm 75 volgde. Van Georg Philipp Telemann werd de Fantasia in g-moll vertolkt met tweemaal een dansend Allegro met sprankelende fluitregisters en fijnzinnig spel. Een geheel ander karakter had Praeludium en Ciacona in d-moll van Johann Pachelbel, een minder vloeiend geheel en een bijna moderne compositie. Sonate nummer 6 Het Gebed des Heeren van Felix Mendelssohn-Bartholdy is altijd goed voor mooie, melodieuze, romantische muziek. Jammer, dat het pedaal ietwat luidruchtig was. Het pompeuze Allegro Pomposo van Charles A.E. Harris toonde Engelse vrolijkheid, een verre link naar Handels Watermusje. Even feestelijk. Van Gabriël Marie kreeg ik La Cinquantaine te horen, een vrolijke Franse volksmelodie met lieflijke registers, die goed ir, het gehoor lagen. De bespeling werd besloten met twee composities van Feike Asma. De Aria Verlossers, Vriend, Gij hoop en lust kreeg prachtige tegenstemmen en een majestueus vol koraal in Grootplenum (vol werk). Zo'n psalm doet je wat. De organist was duidelijk in zijn element, hetgeen op de toehoorders af straalde. De Koraalfantasie over Psalm 42 werd een perfecte climax. Het publiek bedankte met een langdurig applaus als blijk van waardering. Alle respect voor Willem Hendrik Zwart, die het zich met de programma keuze niet gemakkelijk had gemaakt. Gelukkig had hij organist Wim Magré als registrant. Uit het geheel bleek, dat het spreekwoord nog altijd geldt: Jong geleerd, oud gedaan. In elk geval zijn daar onder de musici veel voorbeelden van. Annettr Essers Elburger Courant, vrijdag 19 juli 1996 (1998) WILLEM HENDRIK ZWART De Bovenkerk in Kampen is met haar 26 meter hoge schip een klassiek voorbeeld van een laatgotische kruisbasiliek. Een kerk als een loflied in vorm, hout en steen. Hier resoneert nog steeds het leven van Willem Hendrik Zwart, de ambassadeur van deze stad aan de IJssel. Zwart is niet meer onder ons, maar wat hij aan schoons aan het vierklaviers orgel van Hinsz wist te ontlokken, kan nog ruimschoots beluisterd worden. Bij voorbeeld op de in de serie "Quality Collection" van JQZ-Muziekprodukties uitgebrachte dubbel-cd "Willem Hendrik Zwart; Orgelconcert". De overleden huisorganist van de Bovenkerk speelt hier een programma zoals we dat van hem kennen. In koraalbewerkingen van zijn vader en van zichzelf toont Zwart zich opnieuw de onbevangen verklanker van het protestantse koraal, een speler die zocht naar de waarheden achter de noten, naar de boodschap van de op rijm en klank gezette woorden. Die gloed klinkt ook door in het koraalvoorspel "Herr Gott, nun schleuss den Himmel auf". Vuurkracht en heroïsche bewogenheid kleuren grote composities van Mendelssohn, Guilmant, Karg-Elert, Andriessen en Franck. Het ging Willem Hendrik Zwart om het scheppen van sfeer. Hij speelde niet alleen maar met de noten, er kwam ook altijd iets van zijn plaats, iets van emotie, spirituele geraaktheid en bewogenheid. Hier en daar klinkt iets door van de beperktheid die elke musicus eigen is, maar beide cd's imponeren voluit door de kracht die er van deze Kamper orgelstijl uitging. Willem Hendrik Zwart is niet meer. Dat maakt deze dubbel-cd tot een productie vol ontroerende triestheid. Maar, tsjonge jonge, daar in de Bovenkerk staat toch wel een prachtig orgel! J. van ‘t Hul N.a.v. "Willem Hendrik Zwart; Orgelconcert". Ichthus, JQZ-Muziekprodukties, QCD 3 155-2. 6
Willem Hendrik Zwart 1925-1997
Recensies        (Enkele recensies uit de periode 1986 t/m 1996)